Opinie diversiteit: "Inclusiviteit is geen optelsom"

Opinie diversiteit: "Inclusiviteit is geen optelsom"

Mia Doornaert trekt in De Standaard van 12 augustus 2021 lessen uit enkele hartverwarmende beelden tijdens de marathon op de Olympische Spelen.

Het is een beeld dat zal beklijven in de geschiedenis van de Olympische Spelen: in de marathon gaat Abdi Nageeye in de laatste kilometer niet voluit voor zijn zilveren medaille maar gebruikt een deel van de resterende energie om zijn vriend en trainingsmaat Bashir Abdi mee te wenken naar de eindsprint. Hartverwarmend. Maar let wel, voor de twee topatleten van Somalische afkomst worden twee verschillende vlaggen gehesen in de uitreikingsceremonie, de Nederlandse voor het zilver, de Belgische voor het brons.

Abdi en Nageeye zijn verbonden door hun afkomst en door een hechte vriendschap. Tegelijk waren ze beiden blij een medaille te halen als Belg en als Nederlander, ter ere van hun huidige land. Hoe vaak moet het nog herhaald worden, identiteit is altijd gelaagd, is nooit bepaald door één enkele factor, of dat nu afkomst, huidskleur, gender, seksuele geaardheid of wat dan ook is.

Een andere beklijvend beeld: Koen Naert komt als tiende over de meet, een opmerkelijke prestatie in een marathon waaraan de sterkste lopers uit de hele wereld deelnemen. Hij gaat meteen aan Abdi vragen waar die geëindigd is. En als hij hoort ‘derde’ omhelst hij vol vreugde zijn landgenoot. Blank, zwart, bruin, het doet er niet toe in de gedeelde solidariteit, de gedeelde trots.

Monochrome delegaties

Het is belangrijk daarbij stil te staan. Het debat over integratie is in een aantal westerse landen zo gepolariseerd, om niet te zeggen hysterisch geworden, dat je zou denken dat er alleen nog ‘witte’ racisten en ‘intersectionele’ slachtoffers van de witte man bestaan. Wel, de Olympische Spelen boden een ander beeld. Daar viel op hoe divers de ploegen waren van de Verenigde Staten, Canada, Australië en veel Europese staten, vergeleken met de monochrome delegaties van landen als Rusland, China, Japan en andere.

Daarmee is niet gezegd dat er geen vuiltje aan de lucht is inzake immigratie en integratie. Maar het is onzin te doen alsof alle blanken als het ware genetisch, ongeneeslijk besmet zijn met racisme. Dat is onproductief dat te beweren. Het geeft blanken het gevoel dat wat ze doen toch altijd fout is en dat ze dan maar beter diversiteit, of gebrek daaraan, laten voor wat ze is. En het kan mensen van kleur het gevoel geven dat ze zich niet hoeven in te spannen voor om het even wat omdat ze toch gedoemd zijn slachtoffers te blijven.

Mensen reageren divers op mensen die er ‘anders’ uitzien, wat niet betekent dat ze hopeloze racisten zijn

Mensen zijn geen engelen, en ze reageren divers op mensen die er ‘anders’ uitzien, wat niet betekent dat ze allen hopeloze racisten zijn. Lees of herlees het prachtige essay van Astrid Roemer over wat ‘thuis’ betekent voor ontwortelde mensen (DSL 30 juli). En tussen haakjes, het is niet omdat haar gevoelens over Desi Bouterse nogal excentriek zijn, dat ze geen geweldige schrijfster is.

Roemer keert na de dood van haar moeder terug naar Suriname en ontmoet er haar vele familieleden die vaak voortspruiten uit huwelijken met leden van de verschillende gemeenschappen van dat land. En die vrouw van kleur schrijft: ‘Het wordt wennen aan al die lange, sluike haren zo dichtbij. En aan intens-zwarte gelaten overal. Multiculturaliteit prediken is iets anders dan leren houden van bloedverwanten die niet op mij lijken.’

Zoete harmonie

Roemer legt moedig de vinger op een teer maar reëel punt: onze reacties op mensen die niet op ons lijken, of die niet conformeren aan een model. Om die reden zal wie er anders uitziet dan de traditionele autochtone bevolking met een andere blik bekeken worden, een blik die echter geen afwijzing inhoudt, zoals Roemer aangeeft, wel gewenning.

En het is niet alleen huidskleur die stupide, hatelijke reacties kan uitlokken. Vraag het eens aan mensen met overgewicht. ‘Dikzak’, ‘gros cul’, hoe vaak moeten ze dat niet horen als ze ‘te veel’ plaats innemen in de tram. Een kennis sprak me over zijn oogletsel waardoor hij in zijn jeugd wat scheel keek. Ontelbare keren werd hij tot zijn 24 jaar aangesproken of nageroepen met ‘Hé, schele …’. Een oudere collega had het ‘ongeluk’ roodharig te zijn toen dat nog in ruime kring als een genetisch defect werd beschouwd. Vele jaren geleden vertelde ze me hoe vaak ze als schoolkind gepest werd met de kreet ‘rosse kater, spring in ’t water’ – ja, kinderen zijn ook niet altijd lieverdjes voor elkaar.

Er lopen nu eenmaal te veel kleinzielige, gemene mensen rond die denken dat ze er beter van worden als ze anderen misprijzen, het leven moeilijk maken. Het is gemakzuchtig te denken dat je met een ‘juiste’ dosering van mensen van kleur, van leden van de lgbtqia+-‘gemeenschap’, van mannen en vrouwen automatisch een zoete, harmonische groep tot stand brengt. Jaloezie, onverdraagzaamheid, achterbaksheid bestaan in alle mogelijke groepen en gemeenschappen. Inclusiviteit is geen optelsom. Ze is een manier van denken en voelen en leven, ze is het tegengestelde van de huidige sfeer die mensen wegens hun ‘witheid’ of kleur tegen elkaar opzet. De hartverwarmende beelden uit Tokio houden daarover hopelijk een aanmoediging in voor alle mensen van goede wil om muren te slopen, in de plaats van ze op te richten.


top